Troost
Wonderolie was het. Het hielp tegen muggenbeten, tegen oorpijn en tegen de jeuk wanneer de oorontsteking weer begon te genezen. Het was een vaste remedie tegen pijnlijke bloeduitstortingen en ook de bulten op ons hoofd door vallen, stoten of slaan werden steevast behandeld met een druppeltje blauwe olie uit de plastic fles met tuitdop.
Later bleek het wondermiddel een sterk naar lavendel geurende badolie, maar dat deed nauwelijks af aan de magie.
Vandaag stootte ik mijn hoofd. Goed hard. Na een halve seconde zwart, dacht ik 'zo zeg hé' en daarna 'kut, mijn bril'. Een klap tegen mijn bril betekent meestal een dag of twee om de tien minuten het ene pootje meer naar binnen buigen en het andere pootje iets naar buiten en vice versa. Het viel mee. Ik had mijn bril in een blinde reflex opgevangen, onbeschadigd.
Duizelend ging ik door waarmee ik bezig was; erger dan je hoofd stoten of onderuitgaan is dat anderen het zien, lachen en dan vragen of het gaat. Het ging. Onder mijn linker wenkbrauw groeide een fikse bult en, geloof het of niet, in mijn neus hing een zweem van die zware, troostende geur van badolie.

